Waar mag ik rijden met mijn speed pedelec?

Er heerst onduidelijkheid over het gebruik van de speed pedelec en zijn plaats op de weg. Want waar mag/moet je rijden met dit voertuig? Luisteraar Inge vertelde in het Radio 2 programma De Inspecteur wat dit betekent. Bijna dagelijks komt zij in gevaarlijke verkeerssituaties terecht of ervaart agressie doordat zij met haar speed pedelec op de weg rijdt.

Bron: Radio 2: De Inspecteur

Plaats op de weg

Speed pedelec rijders mogen gebruik maken van het fietspad naast wegen met een maximaal toegelaten snelheid van 50 km/u. Het is in dat geval aan de speed pedelec gebruiker om te bepalen waar hij/zij rijdt, op de weg of het fietspad. Zie ook het Belgisch Verkeersreglement artikel 9: plaats van de bestuurder op de openbare weg

De situatie verandert als de weg een hogere maximale snelheid kent dan 50 km/u. In dat geval is de speed pedelec gebruiker verplicht om het fietspad te gebruiken. Deze mag daar maximaal 45 km/u rijden tenzij dit anders is aangegeven, bijvoorbeeld in een zone 30. Tot zover het ‘duidelijke’ deel van de regelgeving.

Uitzonderingen

De voornaamste bron van onduidelijkheid ligt bij de uitzonderingen die gemaakt worden op de eerder genoemde regels. Zo kan het voorkomen dat een speed pedelec gebruiker op weg naar werk in het ene dorp wel de weg op moet en in het volgende dorp mag kiezen waar er gereden wordt. Kortom, het ontbreekt aan eenduidige regelgeving en dat zorgt in de dagdagelijkse praktijk tot hachelijke situaties voor zowel speed pedelec als andere weggebruikers.

Het weergeven van de uitzonderingen wordt gedaan via de zogenaamde ‘onderborden’. Dit zijn witte, rechthoekige bordjes die onder een verkeersbord hangen. Bijvoorbeeld in combinatie met een D7 bord (fiets). Als er bijvoorbeeld op het onderbord een bromfiets staat met daaronder de letter P en het woord VERBODEN, dan betekent dit verboden terrein voor Speed Pedelecs. Zie link hieronder naar de Fietsersbond voor meer uitzonderingen.

Verkeersbord

 

Foto : Radio 2

Meerdere wegbeheerders

Daarbij helpt het ook niet dat er meerdere ‘wegbeheerders’ zijn. Zo is er het Agentschap Wegen en Verkeer dat verantwoordelijk is voor de gewestwegen, de Vlaamse Waterweg voor jaagpaden langs kanalen en de gemeenten die het beheer van gemeentewegen op zich nemen. Met als gevolg dat er een versnippering aan regels is doordat de wegbeheerders niet opereren onder een overkoepelend beleid.

 

 

Links

E-WEDSTRIJD

Heeft ingenieur Jan Cappelle gelijk als hij in de Campuskrant van de KU Leuven meer toekomst ziet in de e-bike dan in de elektrische auto?

De elektrische auto is het meest mediageniek. Over zijn nakende doorbraak worden hele kranten volgeschreven. De CO2-reductie die hij beoogt, is nu al deels tenietgedaan door de hoeveelheid bomen die voor het papier is gesneuveld. Toch werden in Vlaanderen maar een goeie 2.500 elektrische auto’s ingeschreven in 2018. Dat is nog geen procent van het totale aantal nieuw ingeschreven auto’s.

Ondertussen volbrengt de elektrische fiets noest een stille revolutie. Elke zes maanden komen er in Vlaanderen 3.000 snelle elektrische fietsen bij. Vijftien procent van de fietsers heeft intussen een elektrische fiets. En een derde van de ­automobilisten overweegt om zich voor woon-werkverkeer een e-bike aan te schaffen.

Dat succes komt er deels ondanks fabrikanten en politiek. Cappelle schetst hoe de verschillende merken er niet in slagen hun laders te standaardiseren. En hij schetst ook hoe hij en zijn team met de elektrische fiets naar de Europese Commissie gingen, om daar te ijveren voor correctere wetgeving. Toen ze weer buiten­kwamen, waren hun fietsen gestolen. Kijk, die dingen hebben ook nog een doorverkoopwaarde die stelen interessant maakt. De e-bike wint van de elektrische auto met een straatlengte voorsprong.